Verankerd in geloof. Gevestigd in Nederland.
Zalfolie, een geopende Bijbel en olijftakken op een stenen terras met uitzicht op Jeruzalem

Huis van Zalving

Is zalving met olie vandaag nog relevant voor christenen?

Absoluut. Er bestaat geen Bijbelse grond voor de aanname dat het gebruik van zalfolie met het Oude Verbond is geëindigd of dat het uitsluitend beperkt zou moeten blijven tot kerkelijke leiders die voor zieken bidden. Door heel de Schrift heen was persoonlijke zalving een gebruikelijke praktijk onder Gods volk. Ruth kreeg de opdracht zich te wassen en te zalven voordat zij naar Boaz ging (Ruth 3:3), Prediker 9:8 moedigt ons aan ons hoofd niet zonder olie te laten en Jezus Zelf droeg Zijn discipelen op bij het vasten hun hoofd te zalven en hun gezicht te wassen (Mattheüs 6:16–18). Zijn instructie was niet bedoeld om een nieuwe religieuze vastenceremonie in te stellen. Persoonlijke zalving was juist zo vertrouwd dat het achterwege laten ervan de aandacht kon vestigen op iemands rouw of vasten. Jezus wilde dat Zijn volgelingen hun normale persoonlijke verzorging voortzetten in plaats van zich bewust ellendig voor te doen om religieuze erkenning te krijgen. Zalving drukte ook het einde van rouw en de terugkeer van vreugde en herstel uit, zoals blijkt wanneer David zich wast en zalft en het huis van de HEERE binnengaat om Hem te aanbidden (2 Samuël 12:20). In het Nieuwe Testament zalfden de discipelen bovendien zieken met olie en genazen hen (Markus 6:12–13), terwijl Jakobus 5:14–16 specifieke aanwijzingen geeft over de oudsten die over zieken bidden en hen zalven. Zowel persoonlijke zalving als de zalving van anderen komen dus in de Bijbel voor, al verschillen de omstandigheden en verantwoordelijkheden.

Het wijdverbreide persoonlijke gebruik van zalfolie bleef onder de eerste christenen bestaan, maar werd gaandeweg steeds sterker beperkt naarmate kerkelijke gebruiken en geformaliseerde religieuze praktijken zich ontwikkelden. In de westerse kerk werd zalving uiteindelijk sterk verbonden met voorgeschreven rituelen die door kerkelijke leiders werden bediend, vooral bij ernstige ziekte en het naderende sterven. Toch mag kerkelijke traditie nooit het hoogste gezag worden om te bepalen wat de Schrift toestaat. Iedere gelovige maakt deel uit van het koninklijk priesterschap dat door Jezus Christus is gevestigd (1 Petrus 2:4–9), en voor persoonlijke zalving is geen toestemming van een voorganger of andere religieuze ambtsdrager nodig. Anders ligt het wanneer men anderen zalft, iemand in een gezagspositie aanstelt of plaatsen en bezittingen heiligt. Bij zulke handelingen spelen de Bijbelse beginselen van verantwoordelijkheid, aanstelling en erkend gezag mee; die mogen niet worden genegeerd. Persoonlijke zalving blijft voor gelovigen echter beschikbaar als zichtbare uitdrukking van geloof, zegen, herstel en toewijding aan God. Zij mag nooit een leeg ritueel worden dat uit gewoonte, bijgeloof of religieuze verplichting wordt uitgevoerd. Het doel ervan is uitdrukking te geven aan een levende relatie met de Heere en aan onze afhankelijkheid van Zijn Heilige Geest.

Huis van Zalving

Sleutelteksten